Daniel Lobry Blog

Daniel Lobry Blog

.................................................................................................................................

Welkom op mijn blog. Hier post ik zo vaak als mogelijk nieuwe dingen die ik meemaak op school! Ook plaats ik artikelen die ik leuk of interessant vind, zoals schilderen en fotografie. Mijn weblog dient ook als extra opslag van (les) materiaal en extra uitleg, als back up middel. Een reactie zou ik tof vinden! Veel plezier.

What's in a name ? Resistance War Against America

SkooL!Posted by daniel lobry 11 Oct, 2018 17:11:40
The Vietnam War (Vietnamese: Chiến tranh Việt Nam), also known as the Second Indochina War,[76] and in Vietnam as the Resistance War Against America (Vietnamese: Kháng chiến chống Mỹ) or simply the American War, was a conflict that occurred in Vietnam, Laos, and Cambodia from 1 November 1955 to the fall of Saigon on 30 April 1975. It was the second of the Indochina Wars and was officially fought between North Vietnam and the government of South Vietnam. The North Vietnamese army was supported by the Soviet Union, China,[29] and other communist allies; the South Vietnamese army was supported by the United States, South Korea, Australia, Thailand and other anti-communist allies



  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post253

Churchill

SkooL!Posted by daniel lobry 23 Jul, 2018 18:29:13
Si vis pacem, para bellum

I have, myself, full confidence that if all do their duty, if nothing is neglected, and if the best arrangements are made, as they are being made, we shall prove ourselves once again able to defend our Island home, to ride out the storm of war, and to outlive the menace of tyranny, if necessary for years, if necessary alone. At any rate, that is what we are going to try to do. That is the resolve of His Majesty’s Government-every man of them. That is the will of Parliament and the nation. The British Empire and the French Republic, linked together in their cause and in their need, will defend to the death their native soil, aiding each other like good comrades to the utmost of their strength. Even though large tracts of Europe and many old and famous States have fallen or may fall into the grip of the Gestapo and all the odious apparatus of Nazi rule, we shall not flag or fail. We shall go on to the end, we shall fight in France, we shall fight on the seas and oceans, we shall fight with growing confidence and growing strength in the air, we shall defend our Island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender, and even if, which I do not for a moment believe, this Island or a large part of it were subjugated and starving, then our Empire beyond the seas, armed and guarded by the British Fleet, would carry on the struggle, until, in God’s good time, the New World, with all its power and might, steps forth to the rescue and the liberation of the old.






  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post242

Leerling tevredenheidsonderzoek schooljaar 17/18

SkooL!Posted by daniel lobry 13 Apr, 2018 13:56:03
De uitslagen zijn binnen van het leerlingen tevredenheidsonderzoek, waarin de kwaliteit van het gegeven onderwijs wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde. Ik herken mij in de behaalde resultaten! smiley Op alle competentievelden behaal ik een ruime voldoende.

Beiden vragenlijsten zijn verbeterd en wetenschappelijk gecontroleerd op validiteit en betrouwbaarheid.

Met de leerlingtevredenheidsenquête monitort een school de tevredenheid en de sociale veiligheid van zijn leerlingen en voldoet zo aan de inspanningsverplichting zoals gesteld door de Wet sociale veiligheid op scholen.





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post237

Sociale kwestie

SkooL!Posted by daniel lobry 14 Nov, 2017 14:26:04


  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post234

wo1

SkooL!Posted by daniel lobry 22 Sep, 2017 14:20:36
De Eerste Wereldoorlog, ook de Wereldoorlog of de Grote Oorlog genoemd, was een wereldoorlog die in Europa begon op 28 juli 1914 en tot 11 november 1918 duurde. Elf november bleef bekend als wapenstilstandsdag. Sommige historici zien de toenemende populariteit van het militarisme en het radicaal-nationalisme





  • Comments(1)//blog.daniellobry.com/#post231

Twee oren, 1 mond

SkooL!Posted by daniel lobry 01 Jul, 2017 12:47:41
Ga ik proberen! smiley

Afbeeldingsresultaat voor twee oren een mond





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post223

S.o. vraag Wat is vergrijzing ?

SkooL!Posted by daniel lobry 29 Dec, 2016 13:37:11
De term vergrijzing is een aspect van een verandering in de bevolkingssamenstelling. Deze term wordt gebruikt om aan te geven dat het aandeel van ouderen in de bevolking stijgt en daardoor een stijging van de gemiddelde leeftijd veroorzaakt.




  • Comments(1)//blog.daniellobry.com/#post220

Huiswerk begeleiding

SkooL!Posted by daniel lobry 29 Oct, 2016 16:12:51
Zoals afgesproken smiley Hierbij de powerpoint over verspreiding Christendom in Europa.





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post218

Verklaringen voor tegenvallend studiesucces ?

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Oct, 2016 15:08:52
Afbeeldingsresultaat voor cartoon motivatie school
Boeiend artikel uit http://veelmeermeester.nl/onderzoeksberichten/erisietsaandehand/



Er is duidelijk iets aan de hand wanneer we kijken naar het studiesucces van jongens in het hoger onderwijs. Hoewel er natuurlijk veel jongens zijn die prima functioneren valt op dat de instroom van jongens in het hoger onderwijs achterblijft bij de instroom van meisjes; dat jongens langer doen over hun opleiding dan meisjes en dat jongens vaker uitvallen en vaker afstromen naar lagere vormen van onderwijs. Een belangrijke vraag is: Hoe komt het dat de studieresultaten van jongens in het (hoger) onderwijs achterblijven in vergelijking met de studieresultaten van meisjes?

Op basis van een overzichtsstudie stellen Heemskerk, Van Eck, Kuiper en Volman (2012) vast dat sekseverschillen in schoolloopbanen in het algemeen worden toegeschreven aan drie typen factoren:

  1. Sociaal- en cultureel-maatschappelijke factoren;
  2. Veranderingen in het onderwijs;
  3. Biologische factoren.
  1. Sociaal- en cultureel-maatschappelijke factoren

Als verklaring voor verschillen in studiesucces tussen jongens en meisjes wordt er vanuit het sociaal- en cultureel- maatschappelijk perspectief gewezen op de veranderde en veranderende arbeidsmarkt en dus op de vragen die op jongeren af komen. De zware fysieke arbeid van vroeger maakt plaats voor een scala aan beroepen waarin samenwerking, verantwoordelijkheid, afstemming, planning, communicatie en taal belangrijker worden. Deze vermogens blijken in het algemeen beter aan te sluiten bij de specifieke vaardigheden van meisjes en minder goed bij de specifieke vaardigheden en kwaliteiten van jongens. Echter: niet alleen de arbeidsmarkt verandert. Ook de leefsituatie van jongeren verandert. In die leefsituaties spelen baantjes en uitgaan een belangrijke rol maar ook het medialandschap. Het is niet ondenkbaar dat deze veranderingen in de leefsituatie van jongeren andere effecten hebben op jongens dan op meisjes. Een invalshoek die ook past binnen dit perspectief is de aandacht voor de invloeden van sekse-specifieke socialisatieprocessen. Verschillende experts, waaronder Tavecchio (2013), geven aan dat de enorme oververtegenwoordiging van vrouwen in opvoeding en onderwijs, en dus de ondervertegenwoordiging van mannen, leidt tot een situatie dat er voor jongens (te) weinig mogelijkheid is voor nabije sekse rol identificatie. Sekse rol identificatie is nodig om grip te krijgen op de betekenis van ‘man’ of ‘vrouw’ zijn in de cultuur waarin je opgroeit. Onvoldoende grip op die betekenis kan leiden tot rolverwarring en rolonduidelijkheid.

  1. Veranderingen in het onderwijs

Een tweede perspectief sluit direct aan bij het thema dat hiervoor al kort ter sprake is geweest: de oververtegenwoordiging van vrouwen in opvoeding en onderwijs. In een andere bijdrage op dit weblog wordt zichtbaar dat er relatief weinig mannen voor de klas staan. Dit aantal neemt steeds verder af. Dit fenomeen wordt ook wel ‘feminisering van het onderwijs’ genoemd.

Woltring (2012) stelt dat de feminisering van onderwijs vanuit verschillende invalshoeken een probleem kan zijn. Hij beroept zich daarbij op het gegeven dat mannen veelal andere leerkrachtstijlen hanteren dan vrouwen. De ‘andere’ benadering van mannelijke leerkrachten komt onder meer tot uitdrukking in communicatie, risicoacceptatie en humor. Mannen communiceren vaak wat directer dan vrouwen en zetten in het algemeen ook wat meer humor in. Volgens Woltring sluiten de vormen van communicatie die mannen hanteren beter aan bij jongens dan de communicatiestijl die veel vrouwen hanteren. Daarnaast stelt hij dat vrouwen specifieke ‘jongensdingen’ of ‘jongensgedrag’ minder goed begrijpen dan mannen. Vrouwen geven, vaker dan mannen, aan ‘last’ te hebben van jongens. Gevolg daarvan is dat vrouwen, meer dan mannen, corrigerend, beperkend en controlerend zijn naar ‘typisch’ jongensgedrag. Mannen geven letterlijk en figuurlijk meer ‘ruimte’. Geerdink en De Beer (2013) weerspreken de uitlatingen van Woltring. Zij houden er rekening mee dat de ‘vrouwelijke cultuur’ in onderwijs niet zozeer een gevolg is van de aanwezigheid van veel vrouwen in het onderwijs maar een gevolg van veranderingen in de samenleving. Zij bestrijden het idee dat het mannelijke rolmodel automatisch zou leiden tot meer leren, meer inzet en meer welzijn van jongens. Hier is volgens hun, vanuit wetenschappelijk onderzoek, geen enkel bewijs voor.

Los van ‘feminisering’ van onderwijs worden ook de zogenoemde ‘taligheid’ van onderwijs en de verminderde aandacht voor de grove motoriek in het basisonderwijs als verklaring genoemd voor tegenvallende schoolprestaties van jongens. Jolles (2012) stelt dat de tendens van een sterkere gerichtheid op talig onderwijs ten koste gaat van een meer visueel ruimtelijke benadering. Dit is nadelig voor jongens omdat blijkt dat jongens zich juist goed thuis voelen bij visueel ruimtelijk en abstraherend denken. Eenzelfde redenering geldt wat hem betreft voor de verminderde aandacht voor de grove motoriek in het basisonderwijs. Minder aandacht voor de grove motoriek leidt, volgens hem, tot problemen voor jongens omdat jongens, meer dan meisjes, hun zelfbeeld fysiek funderen.

Tot slot geldt dat er ook sprake is veranderingen/ vernieuwingen in het onderwijs zelf. In dat onderwijs is in de afgelopen jaren meer en meer nadruk komen te liggen op het zelfstandig en zelfregulerend leren. Het ‘nieuwe’ onderwijs vraagt om reflectie- en planningsvaardigheden die jongens in het algemeen later ontwikkelen dan meisjes (Jolles, 2012).
De vernieuwingen in het onderwijs zijn hand in hand gegaan met nieuwe omgangsvormen op school/in de klas. De maatschappelijke tendens van voortgaande informalisering (Schnabel, 2013) treedt ook op in het onderwijs: omgangsvormen zijn veel informeler dan vroeger. Het is niet ondenkbaar dat andere didactische aanpakken, andere onderwijsinhouden en ook andere omgangsvormen verschillende effecten hebben op jongens en meisjes.

  1. Het biologisch perspectief

Vanuit het biologische perspectief, wordt gewezen op aangeboren, genetisch bepaalde verschillen tussen jongens en meisjes. Onderdeel daarvan is het sterk opgekomen en opkomende neurowetenschappelijk onderzoek naar het brein en breinontwikkeling. Belangrijk gegeven vanuit dit type onderzoek is dat de ontwikkeling van de vrouwelijke hersenen in bepaalde opzichten verschilt van de ontwikkeling van mannelijke hersenen (Mieras,2007). Omdat het biologisch perspectief een thema is van onderzoek dat is opgezet binnen de FHKE, volgt in deze bijdrage geen verdere uitwerking van dit thema. Elders in dit weblog is die informatie volop aanwezig





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post217

Hier doe je het voor

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Oct, 2016 12:43:45





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post216

Een school vol met talenten!

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Oct, 2016 12:36:57

De leerlingen treden op voor ouders docenten en andere gasten. De show was een groot succes. Onze leerlingen hebben lang en goed geoefend. Complimenten, we hebben genoten!

  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post215

Opleidingsdag met toespraak van El Hadioui

SkooL!Posted by daniel lobry 15 Oct, 2016 15:13:10

El Hadioui is wetenschappelijk docent aan de opleiding pedagogiek en onderwijskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, promovendus onder begeleiding van Willem Schinkel, auteur van het boek 'Hoe de straat de school binnendringt.' (VanGennep, 2011) en programmaleider van het project 'De Transformatieve School'. El Hadioui onderzoekt deze vraag vanuit de relatie tussen gepercipieerde sociale uitsluiting en identificatie met Rotterdam en Nederland onder Rotterdamse schoolgaande jongeren tussen de 15 en 27 jaar. De verschillende culturen waarin zij opgroeien (straatcultuur, thuiscultuur en schoolcultuur) bemoeilijkt hun kansen in het onderwijssysteem omdat de stappen om te stijgen op de statusladders binnen deze culturen vaak tegengesteld zijn. Bovendien wordt onze laatmoderne samenleving gekenmerkt door een toenemende diversiteit - 'superdiversiteit' om met Vertovec te spreken -. Jongeren uit grootstedelijke, cultureel diverse volkswijken leren van hun peers, hun ouders en hun docenten, maar op de schoolladder waarop zijn moeten excelleren worden zij vooral beoordeeld op codes die vanuit hun eigen informele netwerken relatief minder worden overgedragen. Welke inzichten biedt dit ons om de tanende meritocratische potentie van ons onderwijssysteem te keren en te vergroten?




  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post211

Groepsdynamiek (scriptie)

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Jun, 2016 20:56:26



Groep & cohesie

Kenmerken van een groep zijn: de groepsleden hebben onderling een relatie met elkaar en er kunnen vriendschappen ontstaan, er is een wisselwerking en onderlinge samenhang tussen individuele -en groepstaken, er is een structuur ontstaan, waarin elk individu een eigen plaats heeft (leidersrollen, sociale rollen, creatieve inbreng), er heeft zich een normen- en waardepatroon ontwikkeld en er zijn vaste gebruiken en rituelen, groepsleden houden zich min of meer vanzelfsprekend aan de daaruit voortvloeiende regels. Cohesie omschrijft men als volgt: ‘de kracht waarmee afzonderlijke dingen samenhangen’.

Een vertaling in de volksmond luidt: ‘Groepscohesie is de mate waarin de leden van een groep zich tot de groep aangetrokken voelen en er actief naar verlangen om in de groep te blijven.

Een groep heeft een hoge cohesie, wanneer er een ‘goede teamgeest hangt’ of een sterk ‘wij-gevoel’. In groepen met een lage cohesie is weinig ‘wij-gevoel’. In hoeverre van een groep een ‘echte’ groep te maken (met een hoge cohesie) is afhankelijk van factoren als: de motieven om lid te worden (welk voordeel kan de individu er uithalen om in een groep plaats te nemen?), het groepsdoel (past het doel van de groep bij het doel van het individu?), de groepsvorming (gaat dat op een harmonieuze wijze?), de normen en rollen, de resultaten en de leiderschapsstijl.

De cohesie is wel te beïnvloeden: Pressie van buitenaf, succesvol afronden van taken en werk lonend maken (succeservaringen).

Verder blijk dat informeel leiderschap in een klas de onderlinge cohesie positief kan bevorderen doordat deze leiders probleemoplossend werken.

Machtigingssituatie

Uiteindelijk bestaat een groep uit individuen met elk hun eigen persoonlijkheid. Persoonlijkheid noemt men de manier waarop een mens in verschillende situaties het karakteristieke gedragspatroon vertoont.

We willen ons graag vrij voelen en zelf ons leven bepalen. We denken dat we zelfstandig kiezen, terwijl ons gedrag wordt bepaald (voor een groot deel) door de situatie.

Stanley Milgram is een sociaal psycholoog die vooral bekend is geworden door het gehoorzaamheidsexperiment. Hierin onderzocht hij de bereidheid van een individu om gehoor te geven aan het uitvoeren van opdrachten van een leidersfiguur, die strijdig zijn met het eigen geweten.

Hiermee toonde hij aan dat mensen gevoelig zijn voor de omgeving en de vorm van autoriteitsuitoefening.

Natuurlijk zal in een klasruimte geen plaats zijn voor intimidatie of misleiding, maar het geeft een inkijk in de menselijke groepsgedragingen. Later zijn er vele vervolgstudies uitgevoerd, met ongeveer de zelfde resultaten.

Betrouwbaar leiderschap is daarom belangrijk. Ouders en docenten hebben deze rol te vervullen naar jongeren toe. Er is sprake van een machtigingssituatie: je staat macht af aan een verantwoordelijke autoriteit. Het is als het ware een impliciet contract. Valt die leiderschapsrol tegen, dan zal de groep in opstand komen.



  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post210

Everybody is a genius

SkooL!Posted by daniel lobry 11 Jun, 2016 19:28:50




  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post207

Hello Goodbye

SkooL!Posted by daniel lobry 11 Jun, 2016 19:25:45




  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post203

Groepsvorming

SkooL!Posted by daniel lobry 11 Jun, 2016 19:25:09

Afbeeldingsresultaat voor sociogram
Groepsvorming DSSG (Developmental Sequence in Small Groups)

Verandering van groepssamenstelling kan de motivatie negatief of positief beïnvloeden. In het onderwijs veranderd de groep meestal per uur. Een klas is vatbaar voor die veranderingen. Dezelfde motivatie kan bij een persoon in verschillende situaties tot verschillend gedrag leiden, of dezelfde motivatie kan bij verschillende mensen in dezelfde situatie tot verschillend gedrag leiden.Daarom is het proces wat vooraf gaat aan groepsvorming belangrijk. Binnen taakgerichte groepen, zoals een klas, ziet men de volgende (gezonde) fasen in de groepsontwikkeling beschreven volgens Tuckman:

- Testfase: Men is voorzichtig, tast af. Men probeert de ander uit. Wat is acceptabel? Wat is mogelijk of gewenst? Eerst ligt alles nog open, en al snel starten de onderhandelingen over de taak, de werkwijzen, de taakverdeling, de rollen: wie neemt initiatief, wie doet er voorstellen, welke doelen hebben we, hoe pakken we dat aan, wie beslist waarover, hoe gaan we om met elkaar? (emoties, kritiek), welke tijdsplanning houden we aan?

- Stormfase: Rollen en posities zijn eigenlijk al verdeeld, echter: er is competitie en machtsstrijd. Meningen lopen uiteen, én er ontstaat weerstand tegen de leider (docent): men vraagt zich af of het allemaal wel nuttig is en zal zich gaan vastbijten in procedures.

- Normfase: Na verloop van tijd is er een bepaalde norm ontstaan. De conflicten (moeten nu) zijn opgelost. Er ontstaat openheid en acceptatie. De groep heeft duidelijke afspraken gemaakt (gedrag, doelen, taakverdeling). Iedereen heeft een bepaalde positie. Verder zijn er stilzwijgende afspraken gemaakt over hoe men met elkaar omgaat binnen de groep. In deze fase wordt de sfeer harmonieuzer.

- Uitvoerfase: Langzamerhand komt er binnen de groep energie vrij voor de uitvoering van de taken. De groep functioneert als een eenheid. Emoties spelen geen grote rol meer. De groep kan nu planmatig werken en er is een goed werkklimaat ontstaan.

- Oplosfase: Groep desintegreert. Klas gaat uit elkaar.

Vast staat dat elke groep bepaalde fasen doorloopt.







  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post202

Rechten en plichten

SkooL!Posted by daniel lobry 29 Apr, 2016 16:52:27


In naam der wet.

In het Athene van toen mocht je met alles spotten. Je kon in een toneelspel de persoonlijke waarheid verkondigen dat god(en) niet bestaan. Je mocht politici belachelijk maken. Maar op het moment dat het speelse karakter verdween doordat je bij de rechtbank moest verschijnen was het beter je leuke praatjes voor je te houden. In die tijd had je geen advocaten, en moest je zelf je verdediging voeren. Na je pleidooi, en die van de aanklager werd er direct een schuldigverklaring afgegeven, zonder bedenktijd. Vervolgens gingen alle partijen onderhandelen wat een passende straf kon zijn. Bekend is het voorbeeld van Socrates, die de doodstraf tegen zich hoort eisen wegens het vergiftigen van de jeugd. Socrates tegenvoorstel was een erediner op het gemeentepaleis. De heren rechters waren pissed. Het tweede voorstel van Socrates, toen de ernst tot hem doordrong, was het betalen van een boete. Toen was het al te laat, de rechters veroordeelden hem tot het drinken van de gifbeker. Hoe belangrijk de (democratische) waarden waren van Socrates blijkt uit het vervolg van het verhaal: Iemand kan regelen dat hij kan vluchten, maar Socrates weigert dat: hij vindt dat hij niet mag vluchten voor een gerechtsuitspraak, ook al is het een dwaling, en zich zo niet kan onttrekken aan de democratische rechtsstaat. De democratie had haar Atheense burgers geleerd dat democratie de burgers rechten én plichten gaf. Het democratische ideaal werd innig omhelst.



  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post199

Vmbo meets MBO techniekdag Flevoland

SkooL!Posted by daniel lobry 28 Apr, 2016 10:55:49
Met de Techniek afdeling van Baken Stad College Almere op bezoek bij Lelystad Airport. Zeer boeiend. Het gaat over de relatie tussen vmbo en mbo, hoe deze onderwijs stromingen in elkaar kunnen samenvloeien. Waar is behoefte aan? Gelukkig zijn de leerlingen verstoppertje aan het spelen in de Boeing..smileysmiley












  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post196

Sociogramvragen aangepast

SkooL!Posted by daniel lobry 30 Jan, 2016 16:46:53







  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post188

Vertrouwen op krediet geven

SkooL!Posted by daniel lobry 22 Jan, 2016 15:23:58
Second Chances on Pinterest | Second Chance Quotes, Life Wisdom ...












  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post183

LOB

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Sep, 2015 18:57:20




  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post175

Kerncompetenties docent 2014

SkooL!Posted by daniel lobry 09 Sep, 2014 16:25:27
Minimale instap competenties onderwijs

Voor het totale HAN-ILS bureau extern stage Handleiding werkplekleren deeltijd 2011-2012 ga naar: http://www.bureau-extern.nl/werkplekleren2begeleidestage.html

Handleiding werkplekleren deeltijdtrajecten ILS-HAN 2011-2012

IV Niveau II: “Liobekwaam” (einde hoofdfase)

1.2 Interpersoonlijk competent

De student stimuleert – bij welwillende groepen – leerlingen tot gewenst gedrag, zowel individueel als

groepsgewijs, zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat. Hij beheerst enkele

professionele gespreksvaardigheden.

Gedragsindicatoren

De student:

_ communiceert effectief door het hanteren van verbale (bijv. volume, tempo, articulatie, melodie) en

non-verbale technieken (bijv. mimiek, uiterlijk, lichaamshouding)

_ bevordert communicatie door bijv. te luisteren, samen te vatten en door te vragen

_ toont persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme bij individuele leerlingen en groepen

_ onderhoudt contact met leerlingen binnen de context van de school

_ herkent en benoemt gedragspatronen van individuele leerlingen en van groepen

_ corrigeert ongewenst gedrag en waardeert gewenst gedrag

_ motiveert zijn handelen in begrijpelijke taal aan leerlingen

_ communiceert via ICT op een professionele wijze met bij het onderwijs betrokken personen

_ communiceert via ICT op een professionele wijze met bij het onderwijs betrokken personen

_ kan communicatie bevorderen door tekst-, dia- en webpresentaties

_ ondersteunt leerlingen bij het bewerken en presenteren van informatie (tekst-, dia-, web-, of

videopresentaties)

_ kan een digitaal leerlingvolgsysteem gebruiken voor het verkrijgen van informatie

_ ____________________________________________________________________

2.2. Pedagogisch competent

De student heeft een beeld van het sociale klimaat binnen groepen leerlingen en verbetert met hulp

van de leraar het leef- en werkklimaat door de situatie te analyseren en een aanpak te kiezen. Verder

heeft de student een duidelijk beeld van individuele leerlingen en de zorgstructuur en benoemt de

meest voorkomende, alledaagse ontwikkelings- en gedragsproblemen en verleent steun aan deze

leerlingen. Hij verantwoordt zijn opvattingen en vanuit welke normen en waarden hij daar vorm

aangeeft.

Gedragsindicatoren

De student:

_ handelt in zijn omgang met leerlingen op basis van wederzijds respect en ziet daarop toe

_ zorgt voor een leersituatie waarin leerlingen een eigen inbreng kunnen en durven tonen

_ gebruikt de inbreng van leerlingen op een positieve manier in het onderwijsleerproces

_ maakt eigen normen en waarden en die van de leerlingen in de groep bespreekbaar

_ daagt leerlingen uit om mee te denken over hun eigen leerprocessen

_ analyseert, definieert en beschrijft verschillen tussen leerlingen in cultureel, sociaal en emotioneel

opzicht

_ herkent en verwoordt groepsprocessen

_ onderzoekt en toetst enige mogelijkheden om het sociale klimaat in een groep te verbeteren

_ herkent en verwoordt enkele ontwikkelings- en gedragsproblemen bij leerlingen en bespreekt die

met zijn begeleider

_ is vertrouwd met en beschrijft de zorgstructuur in de school en handelt volgens de afspraken die

daarbinnen gemaakt worden

_ verwoordt en verantwoordt zijn pedagogische opvattingen

_ ____________________________________________________________________

3.2. Vakinhoudelijk en didactisch competent

De student laat zien dat hij boven de leerstof staat. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie, maar

ook tussen zijn eigen leerstof en aanverwante leerstof. Hij ontwerpt complexe leertrajecten en bij de

uitvoering ervan zorgt hij voor variatie, heldere opbouw, ondersteuning en evaluatie van het

leerproces. Hij betrekt hierbij kennis van en over leerlingen in het algemeen en leerlingen tijdens de

schoolervaringen in het bijzonder.

Gedragsindicatoren

Ontwerpen van onderwijs

Handleiding werkplekleren deeltijdtrajecten ILS-HAN 2011-2012

De student:

_ zorgt voor betekenisvolle en toepassingsgerichte leeractiviteiten

_ ontwerpt complexe leertrajecten voor zowel individu als groepen

_ ontwikkelt eenvoudige beoordelingsinstrumenten

_ gebruikt doelgericht schriftelijke, audiovisuele en digitale leermiddelen

_ verwerkt vakdomeinkennis op correcte wijze in leeractiviteiten

_ selecteert educatieve ict-toepassingen en integreert die in leeractiviteiten

_ zet moderne ict-toepassingen adequaat in in leertrajecten

_ verantwoordt zijn didactische keuzes

_ beoordeelt educatieve websites en maakt deze toegankelijk voor de lespraktijk.

_ ____________________________________________________________________

Aanbieden en lesgeven

De student:

_ geeft een heldere opbouw in de leerstof aan

_ maakt actief gebruik van voorkennis en sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen

_ hanteert verschillende werkvormen

_ schakelt waar nodig tussen theorie en praktijk

_ verwerkt actualiteit en praktijk in de onderwijsactiviteit

_ gebruikt lesmateriaal van internet dat adequaat is voor zijn lespraktijk

_ sluit met ict-toepassingen aan bij leerbehoeften van individuele leerlingen

_ ____________________________________________________________________

Begeleiden van lerenden

De student:

_ analyseert hoe leerlingen zelf hun leerproces vorm kunnen geven

_ ondersteunt de leerlingen in hun leerproces door leervragen te signaleren

_ reflecteert op het leren met de leerlingen m.b.t. resultaten en proces

_ evalueert het leerproces en de leerresultaten van leerlingen

_ observeert en analyseert (vakspecifieke) leerproblemen

_ zet specifieke ict-toepassingen in bij remediëring van leerproblemen

_ varieert in werkvormen waarbij ict een duidelijke meerwaarde heeft

_ biedt begeleiding bij een educatieve ICT-toepassing

_ ____________________________________________________________________

Vakdomein

De student:

_ legt relaties tussen de leerinhouden van zijn vakdomein en die van verwante vakken

_ staat boven de stof (zie omschrijving in de kennisbasis)

_ gebruikt actuele toepassingen van zijn vakdomein

_ heeft kennis van ict-toepassingen en –ontwikkelingen relevant voor zijn vakdomein

_ verantwoordt het nut van het vak voor de ontwikkeling van de leerlingen

_ _____________________________________________________________________

4.2. Organisatorisch competent

De student hanteert een voor leerlingen bruikbare vorm van time- en taakmanagement. Hij richt de

leerwerkruimte op een veilige, doelmatige manier in en stemt activiteiten en leeromgeving op elkaar af waarbij hij ruimte biedt aan de leerlingen. Ook houdt hij de leerlingenadministratie bij.

Hij is actief betrokken bij de organisatie van buitenschoolse activiteiten.

Gedragsindicatoren

De student:

_ zet zijn voorbereidingen op schrift met aandacht voor inhoud, vorm, structuur en relevantie van de

(binnen- en/of buitenschoolse) activiteiten

_ maakt zijn organisatie en planning inzichtelijk voor alle betrokkenen

_ houdt zich aan de regels en spreekt ook de leerlingen op een adequate manier daarop aan

_ geeft eenduidige opdrachten aan leerlingen en geeft aan welke ondersteuning zij kunnen

verwachten

_ stelt prioriteiten en verdeelt de beschikbare tijd efficiënt, zowel voor zichzelf als voor de leerlingen

_ weet zo effectief mogelijk om te gaan met beperkte mogelijkheden van de leeromgeving

Handleiding werkplekleren deeltijdtrajecten ILS-HAN 2011-2012

_ zet leerlingen aan tot eigen controleerbare leerplanning en draagt zorg voor leerling administratie

_ legt in eigen woorden de organisatie en de aanpak van klassenmanagement van zijn onderwijs uit

_ ____________________________________________________________________

5.2. Competent in het samenwerken met collega’s

De student neemt deel aan de werkzaamheden van een team binnen de school en werkt volgens de

afspraken van de school. Verder neemt hij deel aan werk- en studiebijeenkomsten en andere vormen

van overleg binnen de school.

Gedragsindicatoren

De student:

_ stelt zichzelf dienstbaar op ten opzichte van het team

_ vraagt hulp van en biedt hulp aan collega’s

_ stimuleert het gebruik van ict-middelen voor uitwisselingen tussen collega’s

_ stelt eigen grenzen vast: is duidelijk over wat hij (niet) wil of kan en kan dat motiveren

_ neemt verantwoordelijkheid voor zijn taak

_ werkt volgens de in de organisatie geldende afspraken, procedures en systemen, zoals

leerlingvolgsysteem en kwaliteitszorg

_ verkent en beschrijft de visie en de ontwikkeling van zijn school

_ verwoordt zijn opvattingen en werkwijze aangaande samenwerken met collega’s binnen de

schoolorganisatie

_ _________________________________________________

___________________

6.2. Competent in het samenwerken met de omgeving

De student is betrokken bij het overleg tussen school, leerling en bedrijven of instellingen waar de

leerling (in het kader van zijn opleiding) mee te maken heeft.

Gedragsindicatoren

De student:

_ hanteert relevante gespreksvaardigheden en –technieken

_ raadpleegt reeds aanwezige informatie en registreert nieuwe informatie

_ geeft – in het belang van de leerling – informatie aan anderen binnen de school en houdt daarbij

rekening met privacyregels

_ verwoordt zijn opvattingen en werkwijze ten overstaan van anderen binnen de school of in de

directe werkomgeving van de school en past in gezamenlijk overleg zonodig zijn werk aan.

_ ____________________________________________________________________

7.2. Competent in reflectie en ontwikkeling

De student onderzoekt met hulp van collega’s en begeleiders zijn werkzaamheden en zijn

opvattingen. Hij benoemt in zijn portfolio en POP de sterke en zwakke punten. Hij illustreert leervragen

met voorbeelden en ervaringen uit verschillende kenmerkende situaties. Hij legt verbanden tussen

praktijk en theorie.

De student verwoordt zijn beroepsopvattingen en vanuit welke normen en waarden hij daar vorm aan

geeft.

Gedragsindicatoren

De student:

_ beschrijft de eigen kwaliteit en beperkingen gericht op feitelijke situaties

_ reflecteert systematisch op eigen gedrag en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen

_ weet aan te geven op welke punten de eigen competentie(ontwikkeling) verbeterd kan worden

_ werkt op een planmatige manier aan zijn eigen ontwikkeling

_ stemt het eigen handelen af op het beleid van de school

_ is flexibel: past zich aan veranderende omstandigheden aan en beschikt over enkele alternatieven

_ volgt ontwikkelingen rond zijn vak en het leraarschap

_ staat open voor andere visies en ideeën en probeert die daadwerkelijk uit

_ brengt onder woorden wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden, normen

en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat

_ geeft blijk van een visie op het gebied van ergonomisch ICT-gebruik

_ ____________________________________________________________________






  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post83

Sociogram uitwerking

SkooL!Posted by daniel lobry 30 Aug, 2014 20:31:36
Het betreft hier uiteraard fictieve namen.



  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post79

Hoofdstage (cijfer 8) Reflectie

SkooL!Posted by daniel lobry 25 Aug, 2014 19:06:38

Reflectie verslag n.a.v. eindbeoordeling stage Lyceum Elst

Tijdens mijn stage heb ik veel ervaringen opgedaan. Ik ben tegen verschillende zaken aangelopen die voor verbetering vatbaar waren (en zijn) en ook ben ik mij bewuster geworden van zaken die mij redelijk tot goed afgingen. Bewust onbekwaam tot bewust bekwaam zou hierop van toepassing kunnen zijn.

In het kort was mijn beoordeling goed. Ik heb als eindbeoordeling voor mijn stage een 8,5 gekregen. De tussentijdse beoordeling was een 8. Zelf heb ik meteen aangeven bij mijn SPD-er dat het cijfer voor de tussentijdse beoordeling aan de wat hoge kant was: ik vond mijzelf rond halverwege november zeker niet goed, wel voldoende. Een cijfer rond de 7 was mijns inziens beter geweest. Omdat ik echter wel een stijgende lijn heb laten zien tijdens het verloop van mijn stage kon een lager cijfer tijdens de eindbeoordeling moeilijk gegeven worden. Mijn SPD-er heeft mij uiteindelijk een 8,5 gegeven, rekening houdend met de verzwaarde beoordelingseisen in het tweede deel van mijn stage.

Tijdens het eindgesprek heeft mijn SPD-er aangeven dat hij mij ‘nu al de verantwoordelijkheid zou durven geven voor een 4 havo of 4 vwo klas’. Dat is een groot compliment voor mij. Hij heeft dat gezegd op grond van de hieronder te lezen competenties.

Interpersoonlijk competent

SPD: Daniel geeft les in een hoog tempo en adequaat niveau. Hij stelt duidelijke regels, maar is zeker geen politieagent; het klassenmanagement is niet zijn sterkste kant (daar haalt hij m.i. niet de lol van het lesgeven uit) maar schept wel een veilige leeromgeving en voert de gestelde regels van de school al veel consequenter uit dan in het begin (petjes af, geen snoep/drinken, telefoon, rust, respectvolle omgang met elkaar en naar hem toe). Hier zit een grote vooruitgang in sinds zijn eerste lessen Daniel is tegenwoordig niet meer verdiept in zijn eigen les maar heeft meer oog voor de klas (meer overzicht).

Daniel kan zowel met leerjaar 1 omgaan, maar kan ook prima overweg met leerlingen van hogere leerjaren. Hij is geïnteresseerd in de individuele leerling, maar verliest zich niet meer in 1 op 1 gesprekken met leerlingen gedurende de les waardoor hij de rest van de groep ‘uit het oog verliest’.

Stagiair: Mijn tempo is inderdaad hoog. Dit komt mede doordat ik nog werk volgens een structuur die weinig rust momenten toelaat: ik probeer binnen die 45 minuten (effectief 40) mijn les te geven, en hier ben ik weinig van afgeweken. Dit komt door een gebrek aan ervaring merkte ik: naarmate ik vaker lessen gaf kon ik beter inspelen op onverwachte momenten (Het thuis oefenen met een stopwatch is toch anders dan de lespraktijk). Het klassenmanagement bleef gedurende mijn hele stage een uitdaging: in het begin van mijn stage gaf ik vaak les aan mijzelf, zodat de regels van school niet altijd werden gehandhaafd. Later tijdens mijn stage ging ik hier meer en meer werk van maken: voor de les de regels van school benoemen etc. Ook ordemomenten zoals het aanspreken van leerlingen op hun gedrag ging beter en beter: op advies van mijn SPD-er stopte ik soms met mijn les en bleef stil (voor een paar seconde), tot het moment dat de leerlingen in kwestie weer aandacht kregen voor mij.

Ik heb gemerkt dat het werken met leerlingen van H3/3 en V4 mij eenvoudiger afgingen dan werken met leerlingen van de onderbouw. Dit heeft volgens mij twee redenen: mijn eerste lessen waren aan de onderbouw, en mijn klassenmanagement, structuur en gedrag (te druk/enthousiast) hebben de leerlingen niet rustiger gemaakt. Later heb ik dezelfde klassen van de onderbouw weer les gegeven en dat ging redelijk tot voldoende: ik moest orde houden (laatste lesuur, vrijdag etc.) maar het ging me goed af. De bovenbouw klassen kreeg ik later tijdens mijn stage, zodat ik meer ervaring had opgedaan en bovendien hadden de leerlingen in H4 en V4 meer motivatie, leek het.

Pedagogisch competent

SPD: (Zie ook: Interpersoonlijk)

Let steeds meer op de leeromgeving, neemt de verantwoordelijkheid. Is minder gefocust op zijn eigen voorbereidde les en heeft meer oog voor de groep als geheel zonder het individu uit het oog te verliezen.

Stagiair: Door meer en meer ervaring kreeg ik meer zicht op de klas. Ik kreeg hierdoor de mogelijkheid om met de klas bezig te zijn.

Vakinhoudelijk vakdidactisch competent

SPD: Daniel is erg enthousiast, maar heeft steeds beter door wat er binnen 45 haalbaar is. De lessen zijn informatief en activerend. Het instructiemoment, wat steeds minder lang uitloopt, wordt veelal ondersteunt door een activerende lesvorm waar de leerlingen groepsgewijs mee aan de slag gaan.

Kennis is ruim voldoende in alle leerjaren. Hij leest zich vooraf in en weet met anekdotes de lessen te verfraaien. Hij weet zich juist steeds beter aan het boek te houden, waardoor de structuur voor de leerlingen duidelijker wordt. Gebruikt uit informatie die hij elders heeft gevonden.

(Placemat, verschillende didactische spelletjes, groepswerk & individueel, excursie, video & bordverhaal, stellingen en discussies, opdrachten in groepsverband en terugkoppeling naar de gehele klas, …)

Stagiair: Mijn SPD-er vroeg na mijn eerste drie lessen of ik dacht dat ik met mijn ‘stijl’ van lesgeven dacht de 67 te halen: ik was zo druk bezig geweest een show te geven dat het weliswaar zeer amusant was voor de leerlingen, maar dat het te druk was en te veel informatie. Hij zei: de kunst van doceren is doseren. Ik heb tijdens mijn stage geleerd dat ik mij moet (vaker) beperken tot de kern, want met al die extra informatie kan ik de leerlingen soms afleiden.

Tijdens mijn stage heb ik zwaar ingezet op activerende didactiek. Dit naar aanleiding van wat mijn SPD-er zei over mijn eerste paar lessen: ik had alles gedaan voor de leerlingen, terwijl juist zij geactiveerd hadden moeten worden. Op dat moment werd de theorie van de HAN over activerende didactiek en werkvormen mij pas echt duidelijk: het leert de leerling meer en zorgt voor rust bij de docent.

Een leerpunt blijft het goed omgaan met halfgoede antwoorden van leerlingen: nog te vaak kapte ik dat af i.p.v. dit te gebruiken op weg naar het betere antwoord. Dit advies kreeg ik van verschillende docenten.

Organisatorisch competent

SPD: Daniel is zich gaan toeleggen op duidelijk afgebakende lessen, behorende bij het onderwerp van de methode. Het overbrengen van het lesdoel mag soms duidelijker, net als een duidelijke afsluiting waarmee alles weer bij elkaar komt.

Inhaken op voorkennis is een ontwikkelpunt.

Stagiair: Na mijn eerste paar lessen heb ik besloten de methode meer te volgen: dat zou meer duidelijkheid/structuur geven aan mijn lessen en ook de leerlingen zouden hier van profiteren.

Waar ik nogal eens de mist inging volgens mijzelf was de afsluiting: vaker had ik even een terugkoppeling moeten geven op wat we in de les hadden besproken. Dat was tijdens deze stage te incidenteel.

Competent in het samenwerken met collega’s

SPD: Als collega is hij altijd bereid om iets extra te doen. Hij is veelvuldig op school aanwezig. Regelt zelfstandig mogelijkheden om bij andere collega’s in de klas te observeren en grijpt alle kansen aan om lessen te geven.

Is veelvuldig in de docentenkamer aanwezig en praat gemakkelijk met andere collega’s.

Stagiair: Ik heb veel lessen meegelopen met verschillende docenten, zowel op een VMBO school als Havo/Vwo. Ik heb dus veel verschillende stijlen in lesgeven gezien. Iedere docent deed het anders: de ene docent werkt meestal vanuit het boek, de ander geeft klassikaal les, de ander laat de leerling veelal zelfstandig werken. De praktijk van klassenmanagement en regels naleven was ook verschillend. Ik heb in overleg met verschillende docenten les gegeven waarbij ik rekening moest houden met het onderwerp, het vak (maatschappijleer, onderbouw/bovenbouw of geschiedenis/MNM).

Competent in het samenwerken met de omgeving

SPD: Daniel is nog niet (of een enkele keer) bij vergaderingen aanwezig geweest.

Stagiair: Een keer heb ik een vergadering bijgewoond. Dit i.v.m. de open dag. Soms leek het net een les.

Competent in reflectie en ontwikkeling

SPD: Daniel is zich bewust van zijn gebrek aan ervaring, maar is wel erg leergierig waardoor de ervaringsachterstaand snel wordt ingelopen. Aanwijzingen neemt hij aan zonder mitsen en maren. Hij kan zich wel verantwoorden waarvoor hij bepaalde keuzes heeft gemaakt en geeft eerlijk toe als hij sommige dingen niet gezien heeft of kansen heeft laten liggen.

Stagiair: Heel vaak heb ik niet gezien dat leerlingen aan het spelen waren met hun mobiele telefoon. Een keer maakte een leerling een blikje cola open voor mijn neus en ik zei nog tegen hem: Proost. Er schijnt zelfs een les te zijn geweest dat een leerling aan het bellen was! Ik was erg bezig met mijn les (en die goed te doen) waardoor ik, vooral in het begin, niet toekwam aan klassenmanagement. Dit leverde dan dit soort zaken op. Later werd ik meer en meer bedreven in het houden van orde, het afdwingen/laten respecteren van de schoolregels. Ik ben nimmer bang geweest om leerlingen aan te spreken op individueel gedrag, en heb dat ook gedaan, echter de manier waarop verschilt. In de eerste maand wist ik vaak de naam niet van een leerling en dat kan je gezag aantasten: i.p.v. iemands naam te noemen moest ik naar die persoon toelopen en soms wijzen met het vingertje. Later leerde ik dat probleem beter de baas te zijn: stiltemomenten, kijken op mijn horloge, doorgaan in de pauzes. Misschien nog wel belangrijker was het inzetten van activerende werkvormen, zodat de leerlingen met de stof aan de slag moesten gaan i.p.v. met elkaar: ik hield ze bezig! Ook leerde ik gebruik te maken van de groepsdruk binnen een klas, waardoor leerlingen zichzelf en elkaar gingen houden aan het naleven van regels.

Ook het advies van mijn SPD-er om soms minder informatie te geven (doceren is doseren) tijdens mijn les heb ik meegenomen. Toch bleef dat moeilijk en heb ik mij soms moeten inhouden. Het gebruik van audiovisuele hulpmiddelen bleef tijdens mijn stage een uitdaging: wat selecteer ik, hoe voeg ik dat samen met mijn les en werkt alles wel? Deze zaken gingen niet altijd goed: soms duurde een fragment gewoon te lang, waardoor het doel van dat filmpje deels verloren ging, soms gebruikte ik een DVD speler waar de afstandsbediening haperde: de volgende keren dat ik hiervan gebruik maak zal ik dat uitvoeriger testen. Wel had ik elke les waarin ik een film wilde gebruiken een ‘back up’ lesonderdeel die ik kon gebruiken indien de dvd-speler niet zou werken . Een andere tip die ik kreeg van een docent wiens klas ik een les gaf was dat bij het commentaar geven bij een scene ik niet voor het beeld moest gaan staan.

Samenvattend: Ik ben onderweg. Ik heb heel veel ervaring opgedaan, en zal nog een tienvoud aan ervaring moeten verwerven om zo goed te worden als ik wil worden. Wel heb ik mijn zwakheden in de praktijk leren kennen en ben aan de slag gegaan om deze om te buigen naar positieve punten: Ik merkte dat ik teveel onrust uitstraalde, en zonder te willen overdrijven vind ik dat ik naar mate mijn stage vorderde ik echt vooruitgang heb geboekt op dit vlak. Ik zal hier aan blijven werken.



  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post75

LIO beoordeling 7,5!!!

SkooL!Posted by daniel lobry 06 Aug, 2014 17:33:34
Eindstage LIO cijfer 7,5 smiley















  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post60

Lelystad Airport vlieglessen met de klas

SkooL!Posted by daniel lobry 16 Jul, 2014 14:39:08





  • Comments(0)//blog.daniellobry.com/#post29